Ergens diep onder de grond groef Mini Milo een tunnel. Het was er donker en koud, maar daar was Mini Milo aan gewend. Hij was een dwerg en leefde meestal onder de grond. Een beetje als een mol, maar als dwerg was hij beter af: Hij zag veel beter, want hij had altijd een lamp bij zich. Om te graven had hij gereedschap, daar hoefde hij zijn handen niet aan vuil te maken. Bovendien had hij nooit last van koude voeten, want de zijne waren lekker harig.

Milo groef en hakte maar door, vrolijk en vastberaden, want vandaag zou misschien de dag worden waarop hij niet meer Mini, maar Mega Milo zou zijn. Milo wilde helemaal niet Mini zijn. Hij had een pesthekel aan dat woord. Iedereen weet dat dwergen klein zijn, maar Milo was zelfs voor een dwerg nogal aan de kleine kant. Niet zo klein als een kabouter, maar volgens alle andere dwergen scheelde het niet veel. “Mini Milo, kleine kabouter!” zong het koor van pestkoppen in zijn hoofd. Als ik niet meer mini ben, zullen jullie wel anders piepen, dacht hij boos, en hij groef nog wat harder door…

Verder lezen? 
Binnenkort geeft de Poortwachter dit verhaal vrij voor iedereen die een nieuwe puzzel wil oplossen… Nog een weekje geduld!