lees in pdf – druk af

‘DING DONG!’
‘DING DONG!’

Boris was aan het vissen in een zee vol uurwerken.
Waar kwam dat geluid vandaan?
Hij gooide zijn hengel en haalde een kleine koekoeksklok boven.
Nee, die doet koekoek, die kan geen ding dong doen.
Toen ving hij een polshorloge.
Nee, dat doet alleen piep piep.
‘DING DONG!’ ging het weer.
Boris gooide zijn hengel opnieuw uit. Beet! Oef, dat was zwaar. Een wandklok! Zo’n grote met een zware klepel.
‘Ben jij dat die ding dong doet?’ vroeg hij aan de klok.
‘DING DONG!’ klonk het.
‘Dat was ik niet,’ zei de wandklok. ‘Ik doe alleen boing boing.’
‘Wie was het dan wel?’
‘De bel.’

De bel. De zee en de klokken verdwenen. Boris werd wakker, helemaal verstrikt in de lakens, alsof hij de hele nacht in zijn bed had gezwommen. Hij wreef in zijn ogen en keek om zich heen. Alle uurwerken rondom hem gaven zes uur aan. Door de gordijnen scheen al een beetje licht.
In de gang klonken haastige voetstappen.
‘Meneer Boris!’ Dat was de stem van Tempus, een van de torenwachters. ‘Er is bezoek!’
‘Zo vroeg in de morgen? Dat is nog nooit gebeurd!’
‘Hoog bezoek! Het is een groep mannen met hoge hoeden en lange slipjassen. Ze willen graag een rondleiding door de Klokkentoren.’
‘Zeg ze dan maar dat ze nog even moeten wachten, Tempus,’ zei Boris. ‘Geef hen alvast een kop koffie. Ik kom er dadelijk aan.’

Snel trok Boris zijn mooiste uniform aan. Als er hoog bezoek is, moet ik er goed uitzien als bewaarder van de Klokkentoren, dacht hij. Hij rechtte zijn rug, duwde zijn borst vooruit. Hij poetste zijn tanden, kamde zijn haar en oefende in de spiegel zijn beste glimlach.
Wie zou het zijn? vroeg hij zich af. Een minister uit de hoofdstad, met zijn gevolg? Dat was nog nooit gebeurd. Eigenlijk kwam er maar weinig bezoek naar de Klokkentoren. Iedereen vindt de tijd veel te normaal om interessant te zijn, dacht Boris. Maar de tijd is juist heel interessant. Ze moesten eens weten hoeveel werk er nodig is om de minuten en seconden altijd stipt te laten tikken. Tandwieltjes onderhouden en vervangen, alles goed smeren, klokken instellen en corrigeren…
Misschien komt de minister langs om mijn werk te prijzen, dacht Boris met een glimlach. Dat zou weleens mogen. Zonder Boris de Zandloper zou de hele tijd in de soep draaien. Maar dankzij hem zou dat nooit gebeuren. Hij ging spontaan wat rechterop staan, zette zijn zandloperhoed op en streek de plooien in zijn kleren glad.

Toen hij binnenkwam, keken een dertigtal mannen tegelijk op van hun koffie. Ze zagen er heel keurig uit met hun hoge hoeden en hun nette pakken. Maar de minister behoorde niet tot het gezelschap.
‘Daar is hij!’
‘De Zandloper!’
‘De man die de tijd doet draaien!’
‘Eindelijk!’
‘Wat een eer!’
Boris ging bijna zweven van trots, maar hij hield zijn voeten op de grond. Kalm blijven, Boris, zei hij tegen zichzelf.
‘Ach, ik ben maar gewoon een horlogemaker,’ zei hij luidop.
‘Gewoon? U bent de beste horlogemaker ter wereld,’ zei een van de mannen.
‘Wat zouden we zijn zonder u?’ voegde een ander eraan toe.
Boris bloosde en wist niet goed wat te zeggen.
‘Dank… dankjewel. En bedankt voor jullie komst. Maar wie zijn jullie eigenlijk?’
Een van de mannen stapte naar voren en maakte een diepe buiging.
‘Eerst en vooral danken wij u voor de heerlijke koffie,’ zei de man met een lage stem. ‘Wij zijn de Heren van Olibollia. Het spijt ons dat we u zo vroeg hebben moeten storen, maar wij komen van heel ver en hebben de hele nacht gereden om hier tegen zonsopgang te zijn.’
Boris had nog nooit van Olibollia gehoord. Wat een gekke naam, dacht hij.
‘We zijn gekomen om het belangrijkste gebouw ter wereld te bezoeken,’ zei de man met de lage stem.
‘Want wat zou er gebeuren als de tijd niet goed meer draait?’
‘Eindelijk eens iemand die het zich afvraagt,’ zei Boris tevreden. ‘De meeste mensen vinden de tijd maar saai.’
‘Saai? Maar meneer de Zandloper toch, de tijd is absoluut niet saai!’ zei de man met de lage stem opnieuw. ‘Ik zou zo graag meer tijd willen kopen, om nog een uurtje langer te kunnen zwemmen in mijn zwembad bijvoorbeeld, maar zelfs met alle rijkdom van Olibollia is tijd niet te koop. Je kan een dag nu eenmaal niet langer maken dan hij is. Als de klok twee keer is rondgegaan, is vandaag veranderd in morgen. En zo gaat het steeds weer door!’
‘Dat is waar,’ zei Boris. ‘Dat gaat niet. Of je zou de tijd moeten stilzetten.’
De mannen lachten allemaal in koor.
‘De tijd stilzetten, dat is een goeie,’ zei een van de mannen. Hij was de enige van de groep die een baardje had, een rood sikje, waardoor hij er een beetje als een vos uitzag.
Ze moesten eens weten, dacht Boris. Om goed te kunnen smeren, moest hij de tijd af en toe stilzetten. Dan kon de olie goed tussen alle tandwieltjes kruipen, voor het mechanisme weer op gang kwam.
‘U heeft al begrepen dat we heel veel bewondering voor uw werk hebben,’ zei de man met de lage stem. ‘Dus vroegen we ons af: wilt u ons het mechanisme van de tijd laten zien? We zullen nergens aankomen.’
‘Waarom ook niet,’ zei Boris. ‘Jullie zien er zo vriendelijk uit. Volg mij!’

Boris leidde zijn bezoekers langs trappen en gangen naar kamers die vol klokken hingen.
‘Alle klokken en uurwerken ter wereld worden hier verzameld,’ zei Boris trots. Het was best een mooie verzameling. Hoger en hoger ging het, tot op de plaats die eigenlijk verboden terrein was voor bezoekers: de torenkamer, helemaal in de spits van de toren. Daar zat het mechanisme van de tijd. Deze klok gaf altijd de juiste tijd aan. Alle andere klokken ter wereld namen deze tijd over.
Een deel van de heren was achtergebleven. Sommigen waren bij een klok blijven staan die ze erg mooi vonden, zoals bij de grote koekoeksklok op de tweede verdieping. Anderen waren blijven praten met Tempus of een andere van de vier wachters van de Klokkentoren. Er waren nog een tiental bezoekers over. Ze verspreidden zich over de torenkamer.
‘Wat hebt u hier een mooi zicht op de omgeving,’ zei een van de heren die aan het raam stond.
Dat was waar, vanuit zijn toren zag Boris elke dag de zee aan de ene kant en kon hij tot ver in het land kijken vanuit alle andere richtingen.
‘Vertel ons eens, hoe houdt u nu eigenlijk dit mechanisme in stand?’ vroeg de man met de lage stem. ‘U moet er toch voor zorgen dat geen enkel tandwieltje roest?’
‘Elke dag inspecteer ik de tandwieltjes grondig en smeer ik alles met de beste smeerolie,’ zei Boris.
‘Oei, is dat niet gevaarlijk, tussen al die ronddraaiende wieltjes?’ vroeg een ander. ‘Het moet moeilijk zijn om niets te raken.’
‘Het is geen gemakkelijke klus,’ zei Boris. ‘Maar ik doe alles met de grootste voorzichtigheid.’
‘Ook voor die wieltjes daar, die zo diep in het mechanisme verborgen zijn?’ vroeg de man met het baardje.
‘En wat doet u als er iets fout gaat? Kunt u alles dan openmaken?’ vroeg de man met de lage stem.
‘Daar heb ik een trucje voor,’ zei Boris met een glimlach. Uit zijn uniform haalde hij een oud vestzakhorloge tevoorschijn.
‘Als ik op dit knopje druk, valt alles eventjes stil,’ zei Boris. De heren werden allemaal stil en luisterden aandachtig.
‘Niemand merkt er iets van, alleen ik,’ zei Boris. ‘De tijd valt heel even stil, zodat ik vlug een tandwieltje kan vervangen of een beetje kan smeren op de plaatsen waar ik anders moeilijk bij kan.’
‘Dus u kan echt de tijd stilzetten?’ vroeg de man met de lage stem. Zijn ogen glinsterden.
‘Niet echt, maar een beetje wel,’ zei Boris. ‘Maar nu heb ik eigenlijk al te veel gezegd!’
De heren lachten in koor.
‘Wat gebeurt er dan met de mensen terwijl u de tijd hebt stilgezet?’ vroeg de man met de lage stem.
‘Niet veel hoor,’ zei Boris. ‘Iedereen staat heel even stil, als een standbeeld, en dan loopt alles gewoon weer door. Niemand merkt er iets van.’
‘Dus misschien heeft u ons wel stilgezet terwijl we hierheen reisden,’ grapte een ander.
‘Dat zou wel kunnen, ja,’ zei Boris. Hij had de vorige avond laat nog een klein tandwieltje vervangen.
De heren lachten in koor.
‘Ongelofelijk,’ zei de man met de lage stem. ‘Stel je voor wat iemand zou kunnen doen als hij hier de tijd komt stilzetten.’
‘Dat zal niet gebeuren hoor,’ zei Boris. ‘Daar zorg ik wel voor.’
‘Maar stel nu dat iemand uw toren zou overvallen. U hebt helemaal niet zoveel bewakers.’
‘Ik heb er vier,’ zei Boris. ‘Dat is meer dan genoeg.’
‘Denkt u dat?’ vroeg de man met het baardje. ‘En wat als er ineens een grote groep overvallers voor de deur staat? Kunt u die dan wel de baas?’
Dat was waar, dacht Boris. Vier bewakers was toch wat weinig.
‘Misschien kunt u extra bewakers gebruiken? We hebben veel goede soldaten in Olibollia,’ ging de man met het baardje verder. ‘Of we kunnen een speciaal alarmsysteem voor u installeren.’
‘Och, het is vriendelijk, maar dat is niet nodig,’ zei Boris. ‘Wie zou deze plek ooit willen overvallen?’
‘Wij,’ zei de man met het baardje. Zijn vriendelijke ogen waren staalhard geworden.
‘Wat?’ riep Boris. ‘Dat kunnen jullie helemaal niet!’ Hij riep zijn wachters. ‘Tempus! Fugit!’
‘Die zijn al lang door onze vrienden overmeesterd,’ lachte de man met de lage stem.
‘Olibollia bestaat helemaal niet! Jullie zijn bedriegers!’ riep Boris.
‘Natuurlijk bestaat het niet,’ zei de man met de lage stem. ‘Wij lusten gewoon graag oliebollen. En dankzij jou weten we nu ook hoe we tijd kunnen kopen. Niet om een uurtje langer in het zwembad te liggen, dat niet. Ik haat water. Ik hou meer van zwemmen in het geld. Denk maar eens hoeveel geld er gewoon voor het oprapen ligt als iedereen eventjes stilstaat als een standbeeld.’
‘Dat is diefstal!’ riep Boris nog.
‘Alsof wij ons daar iets van aantrekken,’ zei de man met het baardje. ‘Niemand zal weten dat wij het waren.’ Hij griste het vestzakhorloge uit Boris’ handen. Toen voelde Boris iets hards op zijn hoofd neerkomen. Zijn zandloperhoed viel op de grond en alles werd zwart…

 

Vond je dit een leuk verhaal? Laat ons weten wat je ervan vond!

Het volgende bonusverhaal heet Gravin van Zurkeltâten. Dit verhaal speelt zich af na de gebeurtenissen in het boek en je maakt er voor het eerst kennis met deze gezellige dame…
Lees het hier!

 

 

© Bavo De Cooman 2017
Illustratie door Jellie Goedhart
De Tijdrovers is een uitgave van Tiny Tale’s Bookshop